HPV triagen bij vervolguitstrijkjes nav Bevolkingsonderzoek 2016

Er is gebleken dat er onduidelijkheid heerst over de rol van HPV bij het oude BVO cervix. Wij willen  bij u graag nogmaals onder de aandacht brengen hoe wij volgens de landelijke richtlijn omgaan met het vervolgbeleid bij vrouwen die in het Bevolkingsonderzoek van 2016 (= oude BVO) als uitslag een pa2/3a1 hadden en welke in 2017 herhaald worden.

De richtlijn zegt dat er bij vrouwen met een uitslag pap2/3a1 in het vervolgtraject HPV-triage dient plaats te vinden indien de uitslag van het vervolgonderzoek ≤ Pap2/3a1 betreft. 


Bij de uitstrijkjes in het kader van het BVO met een uitslag pap2/3a1 is altijd de volgende tekst aan u gecommuniceerd:
“Naar aanleiding van bovenstaande uitslag kan in het herhalingsonderzoek naast microscopische beoordeling ook een HPV-bepaling worden uitgevoerd. Deze onderzoeken vallen niet onder het bevolkingsonderzoek  baarmoederhalskanker en kunnen kosten met zich meebrengen die ten laste komen van het eigen verzekeringsrisico.”


Concreet betekent dit dat wij volgens de richtlijn in deze gevallen altijd een aanvullende HPV bepaling zullen uitvoeren ongeacht of dit aangevinkt is.
Indien een vrouw geen aanvullende hpv bepaling wilt (i.v.m. kosten en hierbij afwijkt van de richtlijn) dient u dit op het formulier expliciet in tekst aan te geven.


Het betreft hier dus uitsluitend vervolgonderzoek n.a.v. het oude BVO. Voor vervolgonderzoek voortkomend uit het nieuwe BVO en voor uitstrijken op medische indicatie gelden andere richtlijnen.
Hopelijk hebben wij u middels deze brief voldoende geïnformeerd. Heeft u nog vragen?  Neem dan contact op met mevrouw L. Marijnissen- van Gils (teamleider Cytologie).


Met vriendelijke groet,

Sandra van Amelsfoort                            Jeroen Stavast
Algemeen Directeur                                 klinisch patholoog, medisch manager                    Diagnostiek Brabant                                Klinische Pathologie ETZ